Home/Projecten Laatste nieuws Activiteiten Kwaliteitskeurmerken Euregio-gebieden Deelnemers Netwerken Antibiotic Stewardship
Sprachauswahl Deutsch
Sprachauswahl Nederlands

 

 

Documenten en informatiemateriaal

Ze behoren tot de deelnemers aan de EurSafety Health-Net project, die toegang tot de documenten opgesteld door het project hebben. Daarnaast kunt u speciale projectgegevens en projectinformatie downloaden. Eerst, selecteer uw lid gebied. Vervolgens zal u worden gevraagd om uw gebruikersnaam en wachtwoord. Zodra u bent ingegaan uw gegevens correct in het login-venster dat in het gebied van uw lid verschijnt.

 

Bildmotiv1 Bildmotiv2 Bildmotiv3 Bildmotiv4 Bildmotiv5
Home | Projecten
Meer informatie

De EurSafety-Health-Net project

Projectinhoud en achtergrond

Één van de sleutelprioriteiten van de Europese Unie is het mogelijk maken van mobiliteit voor haar burgers. Dit betreft niet alleen de sectoren economie en toerisme, maar in toenemende mate ook de gezondheidszorg. Steeds meer patiënten zoeken en vinden immers een weg over de grens. Nu de aanvankelijke belemmeringen als verschillen tussen de zorgstelsels en tussen de financieringssystemen en sociale zekerheidsstructuren door middel van bilaterale verdragen grotendeels zijn weggenomen, vormt tegenwoordig het verschil in de kwaliteit van de zorg één van de belangrijkste factoren, die de grensoverschrijdende zorgverlening beperken. Een excellente gezondheidszorg gaat daarom hand in hand met een optimale behandelingskwaliteit.

Patiëntveiligheid, en daarmee de bescherming tegen infecties, is binnen de medische zorg het hoogste goed. Daarmee wordt enerzijds het gevaar van infecties met ziekteverwekkers als EHEC bedoeld, maar patiënten verdienen ook bescherming tegen infectiegevaren, die rechtstreeks met de behandeling zijn verbonden (bijv. infectie door ziekteverwekkers met een antibioticaresistentie). Daartoe behoren vooral de bekende methicilline- resistente bacterie Staphylococcus aureus (MRSA), maar ook andere ziekteverwekkers met een resistentie tegen antibiotica als ESBL (extended-spectrum beta-lactamase producerende bacteriën) of VRE (vancomycin-resistente enterokokken). Voor alle hier genoemde ziekteverwekkers bestaan vaak nog maar zeer beperkte behandelingsmogelijkheden met antibiotica. De laatste tijd blijkt het voorkomen van MRSA in Duitsland zich dankzij aanzienlijke inspanningen op een middelmatig niveau te stabiliseren. Desondanks blijkt dat de prevalentie in buurlanden 20 maal lager blijft. In Nederland ligt dit aandeel al jarenlang stabiel bij 1-3 procent. In Duitsland raken tot wel 600.000 patiënten bij een medische behandeling in het ziekenhuis geïnfecteerd. Tot een derde deel van al deze infecties kan door verbetering van de infectiepreventie worden voorkomen. Maar er bestaat ook een oplossing voor de onvermijdelijke infecties. Door de verspreiding van ziekteverwekkers met een antibioticaresistentie te belemmeren kan ervoor worden gezorgd dat deze onvermijdelijke infecties in ieder geval nog behandelbaar blijven. Sinds augustus 2011 is in Duitsland een nieuwe wet op het gebied van bescherming tegen infecties van kracht. Op grond van deze wet dienen alle deelstaten een verordening op het gebied van ziekenhuishygiëne uit te vaardigen. Bovendien hebben hiermee de bestaande aanbevelingen van het Robert- Koch-Institut (RKI) voor alle zorginstellingen een bindend karakter gekregen.

Hoewel de MRSA-cijfers in ziekenhuizen zich stabiliseren, groeit de omvang van de problematiek van de MRSA-besmettingen die niet in het ziekenhuis plaatsvinden. Het gaat hierbij om de zogenoemde ca-MRSA (community acquired) en om de la-MRSA (livestock associated). Ca-MRSA kan ook bij gezonde mensen buiten het ziekenhuis leiden tot ernstige infecties, soms zelfs met een dodelijke afloop (bijv. necrotiserende pneumonie). La- MRSA komt voor bij landbouwhuisdieren en in de veeteelt. Personen, die regelmatig contact met de veehouderij hebben, lopen een verhoogd risico met MRSA te worden geïnfecteerd. Dit betreft vooral boeren en dierenartsen, maar ook medewerkers van slachthuizen. Deze twee vormen van MRSA-infecties, die buiten het ziekenhuis ontstaan, zijn wereldwijd sinds een aantal jaren duidelijk in opmars.

De ontwikkelingen binnen een andere groep van ziekteverwekkers, de zogenoemde ESBL, nemen zelfs dramatische vormen aan. Daartoe behoren diverse andere bacteriesoorten, die hoofdzakelijk leven in het darmkanaal van mens en dier en net als MRSA pas dan een probleem worden wanneer mensen, die drager zijn, in het ziekenhuis behandeld of beademd worden of een verzwakt immuunsysteem krijgen. Deze groep van ziekteverwekkers laat op wereldschaal een dramatische toename zien. Dit betreft niet alleen Duitsland, maar ook Nederland. Volgens eerste studies in Nederland is tot wel 10 procent van alle patiënten, die in een ziekenhuis worden opgenomen, drager van dergelijk ESBL. Zij vormen een infectierisico en kunnen bovendien andere patiënten met deze ziekteverwekker besmetten.

Bij de ESBL blijkt dat een gecontroleerd antibioticagebruik in de humane geneeskunde niet toereikend is om vat te kunnen krijgen op het probleem van antibioticaresistentie. Interdisciplinaire samenwerking met de veterinaire en agrarische sector om nieuwe preventie- en therapiestrategieën te ontwikkelen is hierbij dringend noodzakelijk!

Dit geldt evenzeer voor andere ziekteverwekkers die bekend staan als zoönosen (afkomstig van dieren). In het voorjaar van 2011 veroorzaakte de EHEC-bacterie één van de grootste uitbraken van infecties op wereldschaal. Bij meer dan 800 mensen leidde de EHEC-infectie tot een ziekteverloop met ernstige verschijnselen, het zogenoemde hemolytisch-uremisch syndroom (HUS). Minstens 50 mensen stierven. Ondanks het feit dat de primaire infectiebron werd gevonden is het eigenlijke reservoir, waaruit de ziekteverwekker eigenlijk afkomstig was en van waaruit deze weer kan toeslaan, onbekend gebleven. Wel is bekend dat ook deze ziekteverwekker een ESBL was, wat uitzonderlijk is omdat EHEC eigenlijk niet met antibiotica bestreden wordt. De ziekteverwekker heeft echter zonder twijfel contact met antibiotica gehad. De resistentie tegen antibiotica kan voor de ziekteverwekker een voordeel zijn geweest waardoor deze zich kon uitbreiden.

Andere infecties, die binnen de projectactiviteiten centraal staan, worden veroorzaakt door virussen. Genoemd worden hier, naast influenza en hepatitis E, vooral de jaarlijks terugkerende norovirussen, die steeds vaker de oorzaak zijn van uitbraken van overgeven en diarree bij mensen in ziekenhuizen, senioren- en verpleegtehuizen. Ook hiervoor geldt dat de ontwikkeling van gezamenlijke surveillancesystemen, inzicht in de besmettingsroutes en verbeterde diagnostische methoden van groot belang zijn om dergelijke infecties in de toekomst vroegtijdig vast te kunnen stellen en de verspreiding daarvan te verhinderen.